Menu

Metalen

Ferrometalen zijn die materialen (doorgaans legeringen) waarbij ijzer het voornaamste bestanddeel vormt. Op grond van hun magnetische eigenschappen worden kobalt, nikkel en gadolinium ook tot de ferrometalen gerekend. Alle overige metalen worden tot de non-ferrometalen gerekend.

Als groep vertegenwoordigen de ferrometalen een belangrijke economische factor. Dit niet zozeer vanwege hun zeldzaamheid: het is net hun wijdverspreid voorkomen die aanleiding geeft tot een groot aantal (technische) toepassingen. De economische waarde wordt bij de ferrometalen door de kwantiteit bepaald. Bij de non-ferrometalen wordt de waarde juist bepaald door de kwaliteit, omdat de abundantie ervan meestal een stuk lager ligt.

In de afvalverwerking is het onderscheid tussen de ferrometalen enerzijds en de non- ferrometalen anderzijds ook belangrijk. De economie van de verdere verwerking maakt een scheiding tussen de twee groepen al in een vroeg stadium van de recycling aantrekkelijk. Met behulp van magneten wordt de scheiding gerealiseerd.

Non-ferrometaal

Een non-ferrometaal is een metaal dat geen ijzer bevat of waarin de legeringen ijzer niet als hoofdbestanddeel hebben (bijvoorbeeld koper, lood, aluminium, zink, brons en messing). Ook witmetalen behoren tot de non-ferro metalen.

De volgende onderverdeling wordt gebruikt bij non-ferrometalen:

  • pure metalen:
  • edelmetalen
  • zware metalen (ρ ≥ 5 g/cm³)
  • lichte metalen (ρ < 5 g/cm³)
  • non-ferrometaallegeringen:
  • gesmede legeringen
  • gegoten legeringen

Hierbij worden alle metalen die minder dan 50% ijzer (Fe) bevatten non-ferro metalen genoemd. Pure metalen zijn te herkennen aan hun chemische symbool en hun hoeveelheid metaal in procenten. Bij edelmetalen die worden omgevormd tot sieraden of munten, wordt deze zuiverheid ook wel uitgedrukt in karaat of fijngehalte.